Tussen tweemaal niets kijk ik de Veerman in de ogen

op zoek naar een sprankeltje mededogen.

Tussen tweemaal niets ben ik gaan beseffen

‘t is zinloos mijn stem te verheffen.

Tussen tweemaal niets voeren beteren een verloren strijd

proberen te onderhandelen in eindigende tijd.

Tussen tweemaal niets hoor ik Kerberos blaffen

Verdringen! Niet luisteren! Steeds maar weer logenstraffen.

Tussen tweemaal niets staart Hades door mij heen

nu nog, maar ik treur voor de beteren en ween.